Faalangst de baas

Faalangst is de angst dat je iets niet kunt. Door deze angst kun je niet functioneren zoals je eigenlijk zou willen. Faalangst komt veel voor. Een op de tien kinderen heeft faalangst. Kinderen met faalangst denken vaak dat zij de enige zijn.

 

Er zijn drie vormen van faalangst te onderscheiden:   Faalangst de baas

1) Cognitieve faalangst: angst voor het reproduceren van kennis en vaardigheden
2) Sociale faalangst: angst om afgewezen te worden door anderen of situaties die belangrijk zijn voor het kind.
3) Motorische faalangst: angst bij lichamelijke activiteiten en beweging zoals sport of een toneelvoorstelling                                                                           .

Herkent u bij uw kind iets van het volgende?

  • Ik twijfel vaak over wat ik kan.       
  • Ik ben vaak bang om fouten te maken.
  • In nieuwe en onbekende situaties voel ik me onzeker.
  • Ik voel me gestrest als ik een prestatie moet leveren.
  • Ik voel me heel gespannen als ik omga met anderen en ben bijvoorbeeld bang dat ze me niet aardig zullen vinden.
  • Ik vind het heel moeilijk om met kritiek om te gaan.
  • Ik vind het moeilijk om voor een groep te spreken
  • Als ik een toets maak, heb ik last van black-outs              

Bij kinderen met faalangst zie je vaak het volgende:

  • Angst- en stresssymptomen in een voor anderen redelijk normale tot ietwat uitdagende situatie: rood worden, veel zuchten, warm worden, zweten, hartkloppingen, black-outs (=niets meer weten/kunnen en dichtklappen), blozen misselijkheid, hoofdpijn, slaapproblemen, woorden kwijt zijn, friemelen met handen, wiebelen, niet helpende gedachten als: ik haal het niet, ik kan het niet, ik moet het goed doen, ik mag geen fouten maken.
  • Vermijdingsgedrag: bijvoorbeeld niet naar school willen op de dag van een proefwerk of spreekbeurt, niet naar een sportwedstrijd willen, niet naar een verjaardagspartijtje willen, lui lijken of doen alsof hij er geen zin in heeft.
  • Perfectionistisch gedrag: altijd het beste willen doen, hard werken, goede prestaties leveren met veel inspanning, veel spanning en stress ervaren.
  • Teruggetrokken gedrag: stil zijn en weinig vertellen, ook niet over de angst, behalve aan mensen die hij echt vertrouwt. schoolplein.jpg
  • Druk gedrag, dan is het vaak moeilijker om te zien dat het om faalangst gaat.

Inhoud training

Aan het eind van de training weet uw kind hoe het met faalangst kan omgaan op een manier die bij hem past. Hij kan anders omgaan met de omstandigheden die faalangst oproepen en ziet in dat fouten maken mag.

Uw kind leert vaardigheden aan die hem helpen bij het ontplooien van zijn kwaliteiten en van zijn cognitief, sociaal en motorisch functioneren. Daarnaast doet uw kind ervaringen op, in bijvoorbeeld rollenspel en ontspanningsoefeningen, die helpen anders naar zichzelf en zijn omgeving te kijken.

Praktische zaken

De training omvat 10 lessen van 1,5 uur, voorafgegaan door een kennismakingsgesprek en intake. Er wordt gewerkt in kleine groepjes van vier tot zes kinderen.  De trainingsgroepen zijn ingedeeld naar de volgende leeftijden: 8 – 10 jaar, 10 – 12 jaar en 13 – 17 jaar. Naast de tien lessen worden twee ouderavonden aangeboden. Dit om de ouders/verzorgers te informeren over de training, de werkwijze en de materialen die worden ingezet, zodat zij hun kind kunnen ondersteunen in het leerproces.

Ga naar de pagina  ‘Trainingsdata’  voor de startdata van de trainingen.